Dat simpele viertje…

Het was voor Renault na de Tweede Wereldoorlog belangrijk om op elke wens van de groeiende markten in Europa in te spelen. Het zag dan ook met lede ogen aan dat Citroen in het laagste marktsegment met haar vrij simpele 2CV vrij spel had en men zon op een list. Die kwam in de vorm van de R4 die in 1961 werd gepresenteerd als opvolger voor de toen nog goed verkopende 4CV die al uit de jaren veertig stamde. De R4 was een totale ommekeer voor het merk. De motor en aandrijving van de kleine Renault zaten voorin, de schakeling verliep net als bij de 2CV van de concurrent, met een haakvormige versnellingspook en de stoeltjes waren niet veel meer dan dat. Maar de vormgeving was doosjesachtig, maar met net voldoende zachte lijnen om de R4 sympathiek te vinden. Motorisch was er weinig nieuws onder de zon. De R4 had de motor van de aloude 4CV meegekregen, een 747cc grote vierpitter die er nu 32 pk uitperste. Daarmee was de compacte Renault 110km/u snel. Al snel verschenen er diverse varianten van de kleine Fransoos. Een bestelautootje kwam als Fourgonette twee jaar later op de markt. Daar zette Renault een wat zwaardere 845cc motor in die ook 32pk leverde maar de auto met lading toch nog naar de 105km/u bracht. Door de slimme toepassing van deurtjes achter was het een geliefde besteller die je ook in Nederland nog heel wat jaren zou tegenkomen. Een Pick-up bestond ook, maar die was meer voor de Franse markt bedoeld. In vergelijking met een Lelijke Eend was de R4 eigenlijk best een hele auto. Hij voelde flink degelijker aan en de bediening was meer voor normale mensen gemaakt dan de wel erg alternatieve Citroen. Daarbij ontwikkelde Renault de R4 van jaar op jaar steeds meer. Versies van de bestelauto met bankjes achterin en raampjes, een besteller met een verlengd chassis en dus grotere laadruimte, zwaardere motoren. In 1978, de R4 was toen al 17 jaar oud, lepelde men een 1100cc motor voorin die de auto vooral een hoop meer trekkracht en topsnelheid verschafte. Dat blokje kwam weer uit de R6, het grotere en nog luxere zusje van het viertje. De ‘4’ werd intussen door geproduceerd tot 1984. Een record aantal jaren voor een auto als dit. Intussen is hij voorzien van een grote groep zeer enthousiaste verzamelaars die maken dat goede exemplaren nog aardig prijzig kunnen zijn. Dat goede moet je vaak wel extra controleren. Motorisch ging er niet zoveel mis met de Renault, maar roestgevoelig waren ze zeker wel. Vandaar dat er niet eens zoveel harde exemplaren te vinden zullen zijn, al moet je niet raar opkijken als er nog een onder het stof van een Franse boerderij staat te wachten op zijn ontdekking. Een leuke auto, die nooit meer echt is opgevolgd bij Renault. Net zo min als de Eend bij Citroen. En naar mijn mening is dat best een gemis. (Beeld: Internet/FlicR)

Lees ook:Leuk alternatief voor de Eend; Renault’s R4!
Lees ook:Roestige topper – De Renault Fregate
Lees ook:De bijna vergeten Fregate….van Renault!
Lees ook:Dat oer-Renaultje, de 4CV
Lees ook:Minder bedaagd, ook niet zo gevraagd; R15-17!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.