Minder bekende Land Rover, de 110FC

Het was bedoeld om er de nodige militaire bestellingen mee binnen te slepen. En dus ontwikkelde men bij Land Rover een nieuw model naast de aloude Jeep-achtige Land Rovers van het eerste uur. Met heel wat bestaande onderdelen van de standaard modellen zette men een nieuwe carrosserie op het bekende chassis van de Land Rovers en gaf die nieuwe auto een zgn. Forward Control mee, oftewel de bestuurder met zijn cabine boven de bestuurde voorwielen. Als basismotor kwam er een 4pitter voorin met slechts 77 pk of een nog wat lichtere dieselmotor. Het maakte de FC 110, zoals de auto werd omschreven niet meteen tot een sprankelende partner voor de bemanning, maar hij ging door de gebruikte 4×4 techniek wel overal door- en overheen en kon nog de nodige lading meenemen ook. Als nel kreeg men wat orders binnen en kon men ook een aantal civiele exemplaren leveren aan bedrijven en particulieren die behoefte hadden aan wagens die in elk terrein hun mannetje zouden staan maar meteen ook in staat om manschappen en/of materieel mee te nemen. De 110FC werd al snel geleverd in tientallen speciale uitvoeringen. Zo zijn er ambulances bekend, kraanwagens, brandweerauto’s, legervoertuigen, radiotrucks en zo meer. Maar de auto kreeg pas echt wat meer potentie toen er een zes-in-lijn uit de 109 in werd gezet die 2,6 liter groot was en 95pk leverde. Daarmee werd de 110FC bijna 100km/u snel al moest je wel erg je best doen om die snelheid te behalen en duurde het minuten om er te komen. Voor sommige buitenlandse afnemers werden de FC’s geleverd zonder vaste daken, je kon er dan helemaal open mee rijden, en zette naar gelang het weertype dan een soort tentzeil boven de zetels en laadbak. O.a. in Australië zijn dergelijke uitvoeringen bekend geraakt. De 110FC was leverbaar geworden vanaf 1962, maar de verkopen waren nooit echt gelijk aan die van de meer conventionele Land Rovers. De FC had als nadeel dat hij lastiger stuurde, maar ook schakelde, en het minimale vermogen bij een veel hoger eigen gewicht maakten de wagens ook niet bijzonder populair. Medio 1966 verscheen een update van de FC, waarbij o.a. de koplampen wat hoger werden geplaatst en de wielbasis ook groeide. Dat gaf de auto een iets betere wegligging, maar voor de verkoopsuccessen hielp dat weinig. De auto bleef een van de minst populaire Land Rovers ooit. En dat zette zich ook in de klassiekermarkt voort. Gebrek aan onderdelen, slecht onderhoud, roest, onbetrouwbare techniek, het zorgde voor een autotype dat weliswaar opmerkelijk en innovatief was, maar weinig geliefd. Zou je nu een echt goed exemplaar vinden, ligt de prijs ergens rond de zes mille. Je hebt dan wel een heel bijzondere terreinwagen waarmee je de bekende Unimogs naar de kroon zou kunnen steken. Een beoogde opvolger, de FC101 onderging het zelfde lot. Weinig geliefd, nauwelijks verkocht en medio 1970 uit productie genomen, net als de 110FC.


Lees ook:Rotsvaste wegligging; de Citroen GS
Lees ook:Onbekend scheurijzer; de Callaway C7
Lees ook:Succesvol maar vergeten; de Simca 1100
Lees ook:Grote Europese Ford – de Granada
Lees ook:Die grote Peugeot…de 604!


Geef een reactie