Skoda’s achterwielaandrijvers…

Als van een bepaald type auto productiecijfers worden gehaald van ver boven een miljoen exemplaren mag je spreken van een succesvol model. Toch is dat geen garantie voor een goed imago of grote geliefdheid. Daar weten ze bij Skoda alles van. Deze autofabrikant hield bijna decennia lang (noodgedwongen) vast aan het concept van ‘alles achterin’ en schakelde pas in 1988 om naar ‘alles voor’ toen men de Favorit in productie nam, wat voor het toen al meer dan negentig jaar bestaande automerk een revolutie betekende. Maar waar begon het idee van die motor achterin eigenlijk? Wel dat startte bij de Skoda 1000MB die de al vele jaren goed verkochte maar technisch wat verouderde Octavia en 1200 moest opvolgen. Daarbij keken de Tsjechische planners uit die tijd naar de meest succesvolle modellen op de markt en constateerden daarbij dat veel van die wagens de motor achterin hadden zitten. Voordeel van dat concept was dat je veel binnenruimte creëerde en dat de wagens simpel te onderhouden waren.

Voor de markten in Oost-Europa was dat laatste van groot belang, want ingewikkelde technieken zorgden alleen maar voor narigheid voor de gebruikers. Een echt dealernetwerk zoals bij ons in het westen bestond er niet en de door de staat aangestelde onderhoudsgarages waren, om het zachtjes uit te drukken, niet klantvriendelijk. Voor de nieuwe auto zette Skoda een splinternieuwe fabriek neer in Mlada Boleslav, een plaats op ongeveer 40 kilometer afstand van Praag. (vandaar de letters MB in het type). Toen de productie van de nieuwe auto net op gang was, vloog deze fabriek in brand en werd grote schade aangericht waardoor de productielijnen tijdelijk stil kwamen te liggen.

Maar uiteindelijk startte men relatief snel de productie weer op en leverde Skoda een aardige auto die qua styling en concept goed aansloot op alles wat door Volkswagen, Simca, Renault en Fiat op de markt werd gebracht. De 1000MP had een vriendelijk uiterlijk, reed netjes en bood veel ruimte voor een laag aanschafbedrag. Opmerkelijk was de slimme achterbankconstructie die zowel als onderdeel van een slaapbank kon dienen voor kampeerders die in de auto wilden overnachten, of extra bagageruimte kon bieden waardoor de auto mee kon meenemen dan de voorin de neus gelegen kofferbak optisch kon beloven. Motorisch had de wagen een nieuw ontwerp meegekregen dat 1000cc groot was en 45pk leverde.

Daarmee was de Tsjech 120km/u snel. Een bijzondere versie was de 1000MBX die twee portieren miste en een wat groter motor achterin kreeg. Daarmee was dit type 130km./u snel. De 1000MB verkocht goed, ook in ons land, maar kende ook wel wat specifieke nadelen. Zo was de auto net als zijn soortgenoten extreem zijwindgevoelig en was ook roest een vervelende spelbreker voor het plezier dat mensen aan de Skoda beleefden. In 1970 voerde de fabriek een stevige facelift door. De auto werd een een flink eind strakker door en werd technisch opgefrist. Zo kwamen er meer uitvoeringen en ook ene wat grotere motor en vanaf 1970 zelfs een vlotte Coupe die 145km/uur haalde. Maar de dagen van de wagens van dit type waren overal geteld. Zelfs Volkswagen moest toegeven dat motoren achterin meer nadelen kende dan voordelen.

De machthebbers in het communistische Tsjecho-Slowakije zagen echter niets in revolutionaire veranderingen die veel geld kostten en hielden Skoda tegen toen het merk in 1975 al een auto presenteerde waarbij motor en aandrijving voorin lagen en die ook vlotte, bijna Italiaanse vormgeving liet zien. In tegenstelling daartoe werd de serie S-105/120 gelanceerd die technisch nog steeds veel weg had van de aloude 1000MB maar een volkomen nieuwe koets kreeg met veel ruimte en weer wat grotere vermogens. Die auto’s kwamen in 1976 in productie en bleven dat tot en met 1988. Je zou dus kunnen zeggen dat de 1000MB in basis 24 jaar werd geproduceerd in welke vorm ook. Het leidde tot een verminkt imago van het oeroude en voorheen trotse merk Skoda maar leverde wel veel geld op voor de politieke leiding van het toenmalige staatsconcern.

Immers, van alle versies samen werden er iets van twee miljoen exemplaren van deze ‘achterwielaandrijvers’ gebouwd en dat is best veel. Van de oerversie, de 1000MB, zijn maar weinig originele exemplaren te vinden. Dat geldt ook voor de S-100/110 serie. Van de latere S-105/120-reeks zijn nog wel de nodige exemplaren bewaard gebleven ook al zijn ze met duizenden tegelijk geëxporteerd door Nederlandse dealers in de jaren negentig na het openen van de grenzen met het voormalige Oostblok. De prijzen voor een goed exemplaar zijn nog steeds relatief laag en vooral de jongste generatie is vaak behoorlijk goed geconserveerd gebleven. Een curieuze auto is en blijft het en deze reeks staat op grote afstand van wat Skoda daarna allemaal nog produceerde.

Lees ook:Skoda bouwt al 110 jaar auto’s…
Lees ook:Skoda’s eerste Rapid….
Lees ook:Late trendvolger; Skoda 1000MB
Lees ook:Onbekende Skoda; de 1200 Sedan
Lees ook:Tsjechische tussenpaus; de Skoda 1200-serie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.