Als je nu een aanduiding hoort als die van ‘Town Car’ denk je onwillekeurig toch aan de door Lincoln uitgebrachte modellen uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Terwijl het begrip zelf eigenlijk moet worden gekoppeld aan het concurrerende merk Cadillac dat er voor de tweede wereldoorlog al furore mee maakte. Een Town Car was veelal een soort doorontwikkeling van de aloude paardenkoets, waarbij de rijken uit de samenleving zich lieten verplaatsen in de een luxe overdekte Landauer bestuurd door een koetsier op een onbeschermde ‘bok’ die de paarden mende.
Zo ongeveer stak ook het concept voor dit soort wagens in elkaar. Met dien verstande dat Cadillac de chauffeur nog wel een stoffen kap verstrekte als de opdrachtgever daar aan dacht bij het bestellen. Heel wat van deze enorme wagens werden geleverd zonder kapje en dat was niet altijd tot groot genoegen van de chauffeur. Die luxe Cadillacs werden overigens meestal geleverd als rollend chassis, inclusief aandrijflijn, de individueel gebouwde carrosserie was soms voorzien van ongekende luxe uitmonsteringen. Je had ze voor diverse mensen, wat inhield dat er soms maar twee in het afgesloten compartiment achter de chauffeur werden vervoerd, maar sommige van die wagens waren ook al voorlopers van de latere limo’s, daar kon je dan wel acht personen in meenemen.
En die klaagden zeker niet over gebrek aan comfort. De grote klassiek opgezette Cadillacs hadden al volledige gesynchroniseerde versnellingsbakken, tandenknarsen van de ‘bak’ hoorde je dan niet meer. Veiligheidsglas, schokdempers en enorme motoren waren allemaal toegevoegde waarde. Want Cadillac leverde juist dit soort wagens af met een dikke V12 of nog liever een V16 van 7,4 liter inhoud en een vermogen van 165 pk. Daarmee was de auto fluisterstil. Ideaal dus voor Koninklijke hoogheden, de Paus en ultrarijke oliebaronnen in binnen- en buitenland. En die maakten er met veel pleziergebruik van tot de tweede wereldoorlog uitbrak. De Cadillac Town Car had een typisch bij die tijd passend uiterlijk.
Met enorme spatschermen voor, waarin men aan beide zijden van de carrosserie de reservewielen monteerde. De enorme motorkap kon in twee gelijke delen worden geopend, om zo het onderhoud aan de omvangrijke motoren mogelijk te maken. De grille had aan beide zijden een gestroomlijnde koplampunit, iets wat Cadillac ook toepaste op andere modellen uit die periode. Dat gold ook voor de motoren, die zette men ook in andere modellen als de klant daar om vroeg. Zelfs toen men ook bij Genral Motors bezig ging met meer gestroomlijnde modellen bleven die Town-Cars nog leverbaar.
Na de oorlog was het voorbij en verdwenen dit soort mastodonten uit de vooroorlogse tijd al snel in musea, waar ze vaak nu nog te vinden zijn. Als klassieker wellicht onbetaalbaar. Ik zou niet zo snel weten wat de waarde is van een auto als deze, maar het zullen vast forse bedragen zijn die je er voor moet neertellen als er al een te koop zou zijn. Mede door deze auto’s kreeg het merk de status die het ook na de oorlog nog heel lang kon koesteren.
Het blijft jammer om te zien hoe men door marketingmissers en minder goed inspelen op de behoeften van de oude klantenkring zoveel terrein heeft verloren. Zeker buiten de V.S. Maar dat lag dus niet aan deze enorme vooroorlogse wagens.
Lees ook:Zeven Amerikanen te huur
Lees ook:Supercar Cadillac Sixteen officieel aangekondigd
Lees ook:Kleine (..) Cadillac op komst
Lees ook:Cadillac One voor Obama
Lees ook:Cadillac studeert op stadsflitsertje…