Land Rover gaat Defender vervangen…

Land Rover laat tijdens de komende IAA een conceptcar zien die de lijnen weer zal geven van de beoogde opvolger voor de Defender. De concept, aangeduid als DC100, komt overigens pas in 2015 naar de showrooms van de Land Rover dealers toe. De Defender is in in onze jaren de opvolger in rechte lijn van de oer Land Rover uit 1948 en is een zeer succesvol model. Ruim twee miljoen van deze stoere wagens werden wereldwijd verkocht en de fabrikant ziet het dan ook als een grote uitdaging om er een waardige opvolger voor te kunnen brengen. Volgens woordvoerders van Land Rover in de Britse media, is de DC100 zeker nog niet een productierijpe Concept, maar geeft hij wel aan welke weg men bij de ontwikkeling van het definitieve model wil gaan. De nieuwe wagen moet weer net zo stoer en sterk worden als zijn oervoorvader maar daarnaast ook voldoen aan de moderne eisen op het gebied van veiligheid, milieu en brandstofbesparing. Land Rover is tegenwoordig net als Jaguar onderdeel van het grote Indiase staalconcern Tata. .


Museale dwergauto’s in Haarlem

Wel eens de behoefte gehad om een Messerschmitt Kabinenroller van dichtbij in het echt te bekijken? Of een Trojan dwergauto uit de jaren vijftig van de vorige eeuw? Dan heb je nu nog een dag of elf de kans. In Haarlem. Daar is namelijk een expositie aan de gang in het befaamde Teylers Museum aan het Spaarne 16, onder de naam Gadges en Games. En onderdeel van die expositie zijn o.a. de nostalgisch aandoende dwergauto’s uit die jaren. Op zondag kan je in de Trojan Bubble car ook nog op de foto worden gezet. Die foto’s maken medewerkers van het museum dan met een bij de expositie passende Polaroid camera. Erg leuk zijn ook de oude brommers uit de jaren zestig, waaronder een paar heel befaamde, zoals de studentikoze Puch. Wie trouwens Haarlem zou bezoeken en dat door de week doet, kan een klein stukje verder aan het Spaarne ook terecht bij de bekende modelautozaak Automobilia die daar al vele jaren is gevestigd. Het assortiment is enorm en het laatste nieuws op modelautogebied hebben ze absoluut in huis daar. Maar neem wel een gevulde portemonnee of goede creditcard mee, want de prijzen van sommige modellen zijn best pittig tegenwoordig.
Hoe dan ook, een aanrader dit Teylers Museum en die kleine stadsauto’s uit vroeger tijden.

Auto’s komen overal vandaan..

Toen ik onlangs een kennisje vertelde dat haar Fiat 500 niet in Italië werd gebouwd maar uit Polen kwam keek ze me aan alsof ik haar diep wilde beledigen. Dat kon toch niet? Een Italiaanse auto komt uit Italië! Jammer maar helaas. Dat is bepaald niet zo. Veel automerken laten hun modellen om allerlei redenen daar bouwen waar de kosten laag zijn of men er hoge invoerrechten mee kan vermijden. De Japanners zijn hiervan een goed voorbeeld, veel van de auto’s die wij hier kennen als typisch Japanse auto’s komen uit fabrieken in Frankrijk, Spanje of Engeland. Ook in Hongarije bouwt men Japanse auto’s maar diezelfde fabriek is ook goed voor heel wat Opels en Fiat’s. Ook in Turkije bouwt men wagens die je hier kunt kopen, Renault, Fiat en nog wat anderen zijn gek op de lage lonen daar. Dat geldt ook voor Portugal waar al vele jaren lang auto’s in elkaar worden gezet die officieel uit Frankrijk, Duitsland of Italië zouden moeten komen. Wie meent dat als hij een Opel koopt hij meteen ook een Duitse auto heeft aangeschaft kan bedrogen uitkomen. Die komen vaak uit landen als Turkije of Polen. Dat zelfde geldt voor Volkswagen. Ook dat merk maakt nog wel eens een uitstapje voor haar producten. Opvallend is dat net na de zgn. vereniging van Oost- en West-Duitsland deze beide fabrikanten heel snel de productielijnen van de DDR-iconen Wartburg en Trabant kochten en daar al snel hun eigen modellen lieten bouwen. Kennelijk was het met de ‘achterlijkheid’ van de techneuten daar niet zo veel mis. Dat zelfde geldt voor Tsjechië en Slowakije. Een mooi voorbeeld is natuurlijk de samenwerking die Toyota, Peugeot en Citroen aangingen en die leidde tot de in Tsjechië gebouwde drieling Aygo/107/C1. Voor Audi en Porsche blijkt de VW-fabriek in het Slowaakse Bratislava een prima plek om dure wagens te laten bouwen en uiteraard worden er ook bij Skoda veel zaken gefabriceerd die elders als Volkswagen of Audi het levenslicht zien. Chevrolet komt tegenwoordig eerder uit Korea of zelfs China dan uit de VS, ondanks de meest schitterende en Amerikaans aandoende modelnamen. En Mitsubishi laat sommige modellen uit haar gamma in Nederland assembleren, terwijl het in eigen huis weer Peugeot’s en Citroen’s bouwt. Nog aardiger is de bouw van Dacia’s die als Renaults zijn uitgedacht voor Zuid-Amerika, maar hier als Roemeense auto’s worden verkocht. Hoe ingewikkeld kan je het maken? Ach, het gaat er maar om dat wij consumenten een ‘merkgevoel’ overhouden aan al onze keuzes. En we hoeven dus niet echt na te denken over waar die auto vandaan komt waar we met veel genoegen in rijden. Het gaat om het gevoel. En dat heeft dan weer alles te maken met imago. Vrienden van me krijgen morgen hun nieuwe Aygo. Zal ik ze vertellen waar die vandaan komt? Ach, laat ook maar…..!

Uitbreiding Prius-gamma bij Toyota op komst

Toyota presenteert volgende maand op de IAA een fraaie aanvulling op de Prius-modellijn. De nieuwe versie wordt een soort stationcar met sportieve lijnen en plek voor maximaal zeven inzittenden. De als PriusPlus aangeduide auto baseert zich grotendeels op de huidige Prius, maar laat ook flink wat eigen ontwerpdetails zien die de auto ook weer onderscheiden van de ‘normale’ versie. Zo is de bodemplaat 8 centimeters langer en heeft de auto 138 pk beschikbaar uit de totale motorisering. Ten opzichte van de nu bekende Prius zal de Plus maar liefst 50% meer laadvolume kunnen bieden, ideaal voor iedereen die zowel milieubewuster wil rijden als ook behoefte heeft aan meer bruikbare binnenruimte. De wagen krijgt ook een wat ander front waardoor de koeling van de hele machinerie voorin verbeterd wordt. Ook de koplampen zijn wat scherper gesneden. Aan de achterkant valt op dat Toyota de Plus een spoiler heeft meegegeven. Grootste pluspunt van deze uitvoering is uiteraard de mogelijkheid om ene derde zitrij mee te nemen. Daartoe is de daklijn van de auto verder doorgetrokken naar achteren. En daarvoor moesten de speciale accu’s van de Plus verhuizen uit de kofferbak naar een plekje in de middenconsole. Het is nog niet precies duidelijk hoeveel bagage die PriusPlus nu kan meenemen, maar dat maakt men tijdens de IAA nog wel bekend. Uiteraard kunnen de stoelen in de Plus worden platgelegd en ontstaat zo een zeer bruikbare combi die ook nog eens rijk in zijn uitrusting zit. Zo zijn een elektrisch schuifdak, achteruitrijdcamera, ESP, ABS, tractiecontrole, en zo meer standaard items. Wie nog meer wil kan ook nog LED-verlichting bestellen, een actieve elektronische cruisecontrole en een Pre-crashsysteem. Een multimediasysteem is ook op de prijslijst te vinden. De PriusPlus staat ook op de IAA en Toyota verwacht de auto in de loop van volgend jaar bij de Nederlandse dealers te hebben staan.

Wereldprimeurs bij Peugeot

De Franse fabrikant Peugeot benut de komende IAA in Frankfurt om twee wereldprimeurs aan den volke te tonen. De eerste is een auto die volgens jaar al in de showroom zal komen te staan. Het gaat om de 508RXH, een dieselhybride die mooi aansluit bij de eerder gelanceerde 3008Hybrid4. Volgens Peugeot heeft die nieuwe 508RXH niet alleen een geheel eigen uitstraling, hij biedt ook hoogwaardige technologie die o.a. is gebaseerd op een 200pk sterke HDi dieselmotor voorin die wordt gecombineerd met een elektromotor op de achteras. Peugeot maakt het feestje rond de introductie van deze bijzondere auto compleet door een gelimiteerde uitvoering van de nieuwe 508RXH neer te zetten die als Limited Edition drie honderd gelukkige en milieubewuste kopers moet overtuigen van het nieuwe concept van deze wagen. En als we het dan toch over concepten hebben, de tweede wereldprimeur bij Peugeot zal de HX1 zijn. Een erg fraaie auto die bedoeld is voor zes inzittenden en die meteen opvalt door niet alledaagse styling en ook weer de nodige hybridentechnieken. Ook deze HX1 wordt neergezet met een tweeliter grote HDi motor onder de voorplecht, ook nu weer gecombineerd met elektrische aandrijving achter en elektronische schakeling waardoor de auto vierwielaandrijving beschikbaar heeft als hij in deze uitmonstering de weg op zou komen. Wie de HX1 louter elektrisch zou willen rijden kan er dertig kilometer ver mee komen. Dat zorgt voor nul uitlaatgassen in stedelijke gebieden en een heel lage uitlaatgasemissie daarbuiten. Dat een auto als deze niet meteen richting showrooms zal komen staat wel vast, maar we zullen stijlelementen vast wel gaan terugvinden in meer normale Peugeots. Het merk timmert Europees gesproken aardig aan de weg en doet het ook in ons land bijzonder goed. Maar wij Nederlanders zijn vooral prijskopers en de Fransen willen ook graag in hogere segmenten auto’s kwijt. Vandaar een upgrading van het gamma en meer aandacht voor hybridentechnieken. Wie de beide wereldprimeurs zelf wil bekijken moet even een ritje Frankfurt maken. Het lijkt mij de moeite wel waard.

Verguisd maar heel goed verkocht; de Citroen Dyane

Je hebt van die auto’s die indertijd nauwelijks enige indruk achterlieten maar die toch mateloos populair bleken. Een dergelijke wagen was de Citroen Dyane die op het moment van verschijnen werd gezien als de opvolger voor de befaamde 2CV ‘Lelijke eend’, maar bij deze taak niet echt kon overtuigen. De auto werd in 1967 in het Citroen-programma opgenomen en kreeg meteen de 2-cilinder boxermotor voorin uit de Ami. 602cc groot en een vermogen van 31pk. Hoewel er veel overeenkomsten waren met de basis-Eend, was die Dyane toch een heel andere auto. De carrosserie zal meer als een ‘echte auto’ in elkaar en had ook een veel hoekiger vormgeving. Mensen die voorheen met een Eend hadden gereden vonden die wat steviger Dyane wel een ‘upgrade’, je kon er zelfs meer dan 100km/u in halen en het gehele comfort lag op een wat hoger niveau. Wat bleef was de goede wegligging, ruimte voor een heel gezin plus bagage en een veercomfort dat geen enkele concurrent in deze klasse kon bieden. De ‘luxe eend’ zoals hij vaak werd aangeduid bleef enorm lang in productie maar kon toch nooit zijn illustere en goedkopere zusje evenaren qua populariteit. Toch zijn er van de Dyane in de loop van ruim zestien jaar productie iets van 1,5 miljoen van gemaakt die helaas voor een groot deel zijn aangetast door de roestduivel en bij liefhebbers van de oer-2CV niet gezocht zijn en zelfs een beetje met minachting worden behandeld. Dat is jammer, want een Dyane had voor de liefhebber van het concept veel te bieden. Zoals bij Citroen gebruikelijk kwam er ook een bestelwagenversie van uit, de Acadyane, die wel mateloos populair werd, maar dit succes deels dankte aan het feit dat de aloude ‘Besteleend’ niet meer werd aangeboden. Er zijn nog wat meer afgeleiden bekend, zo werd er ooit een versie gebouwd voor gebruik in de Sahara-woestijn, je had de Mehari, een soort open strandwagentje en er is een soort van rally-Dyane gemaakt die erg aardige prestaties kende. Maar de basisversie bleef het meest in het geheugen van de liefhebbers van dit soort vervoermiddelen vast zitten. In 1984 staakte Citroen de productie van alle Dyanes. Wie er nu eentje zoekt kan meestal voor relatief weinig geld nog wel terecht. Gave (en dus unieke) exemplaren doen iets van vier mille, een mooie besteller is nog eens de helft duurder. Een interessante auto, en duidelijk onderschat!


Saab kan weer niet betalen….

Wie behoort tot de ruim drie duizend werknemers van het Zweedse automerk Saab dezer dagen heeft een onzeker bestaan. Want ook deze maand wordt er volgens berichten in de Duitse autopers, geen salaris overgemaakt op de privérekening van al die medewerkers. Saab is wederom niet in staat om aan de basisverplichtingen te voldoen als bedrijf. De productielijnen staan nu al ruim vier maanden stil en men blijft maar wachten op kapitaalinjecties door investeerders die in de afgelopen periode door wonderdokter Muller zijn aangetrokken. De Zweedse vakbonden zijn het gedoe intussen zat en zijn een rechtszaak begonnen om Saab te dwingen de salarissen deze maand nog te betalen. Desnoods laten zij de rechter beslag leggen op de roerende goederen van het bedrijf om zo de directie te dwingen haar eigen mensen te betalen. Sinds afgelopen maand juni telt Saab al tot de bedrijven die niet meer kredietwaardig zijn en moesten er ‘deals’ worden gesloten met investeerders om die aandelen te laten overnemen, waarmee wat cash naar het bedrijf toe kon vloeien. Maar voor augustus ziet het er vooralsnog niet best uit. Wanneer het doek definitief valt? Britse analisten waarschuwden in juni al voor een MG-Rover-scenario. En het lijkt er op dat ze gelijk krijgen.

Seat Exeo krijgt facelift…

Ik moet er nog steeds aan wennen als ik er een keertje onderweg een zie rijden, de Seat Exeo. Een ouder model Audi A4, dat nu in Spanje wordt gebouwd met een soort van eigen identiteit. In ons land niet zo heel succesvol, maar volgens de Spaanse VW-dochter wel toe aan een facelift. En dus krijgt de grootste Seat nu een ander frontje, met LED-verlichting en wat scherper gesneden koplampbehuizingen. Ook de achterlichtunits krijgen LED-lampjes mee. Voor de optiek worden ook andere lichtmetalen velgen geleverd die in 17 en 18” uitvoering moeten zorgen voor een wat ‘dikkere’ look. Ook het interieur kreeg een opknapbeurt. Nieuwe bekledingsstoffen op de stoelen en een ander stuurwiel maken de Exeo weer extra aantrekkelijk voor de doelgroep. Onder de motorklep komen o.a. nieuwe TDi’s in het aanbod, die de CO2 uitstoot moeten verminderen en ook het verbruik wat moeten verbeteren. Wie wil weten wat die Exeo in zijn modeljasje voor 2012 gaat verbruiken moet wachten tot de IAA in Frankfurt want daar wordt de auto tentoongesteld en zullen ook de technische specificaties bekend worden gemaakt. Wel is intussen bekend gemaakt dat een start-stop-systeem beschikbaar komt vanaf begin volgens jaar.

Brusselse showroom voor McLaren…

In autoland kenen we begrippen als snel, sneller en het snelst. Veel sportwagenmerken werken zich in het zweet om toch vooral in die laatste categorie mee te spelen. Een daarvan is het van de Formula 1 races bekende Britse merk McLaren. Dat heeft een paar maal auto’s ontwikkeld die voor de gewone weg bedoeld waren, maar in feite niet meer dan racebolides met een fraai ogend jasje. Kennelijk is daar ook op het Europese vasteland zoveel belangstelling voor dat er een importeur is benoemd voor de Benelux. Dat is Ginion Group dat onlangs haar eerste showroom opende aan de Brusselse Louizalaan. Daar valt niet alleen de uiterst potente MP4-12C te bewonderen, je kunt er ook terecht voor exclusieve accessoires en merchandising rond het sportieve automerk. Liefhebbers worden extra verwend bij hun bezoek aan de nieuwe showroom, men presenteert een stukje racegeschiedenis en zo staat er o.a. ook een echte Formula 1 wagen tentoongesteld. McLaren wil wereldwijd 35 showrooms openen. Onlangs ging er ook al eentje open in Londen en nu is er dus ook een in Brussel. Het concept van deze bedrijven lijkt op dat van een pits uit de befaamde racerij. McLaren-rijders krijgen een optimale behandeling en zou er een probleem zijn met een van hun wagens kent men net als bij Rolls Royce ooit een ‘vliegende service’ waardoor monteurs per vliegtuig overal ter wereld hulp kunnen bieden. En oh ja, wie denkt zo maar met een McLaren demo-tje de weg op te kunnen gaan we teleurstellen. Verkopers en monteurs kregen allemaal een speciale rijtraining om in ieder geval elk detail van de schitterende bolides tot zich te nemen. Heel vervelend allemaal om daar te werken natuurlijk. Overigens, de prestaties van een McLaren zijn op zich al aardig overtuigend. Een top van drie keer de Spee-norm is eenvoudig haalbaar….kom daar maar eens om in je Golfje of Astra Gti. Wie het allemaal zelf wil ervaren, kan dus nu een weekendje Brussel inplannen…

Veel sterren bij EuroNCAP botsproeven

Het zegt natuurlijk niet alles over de degelijkheid van een auto, maar toch wel het nodige. De EuroNCAP botsproeven. Waaruit steeds duidelijk naar voren komt dat elke generatie nieuwe modellen weer iets beter scoort dan de vorige. Maar ook dat door de aangescherpte eisen bij die proeven, autofabrikanten enorme inspanningen moeten verrichten om de zo begeerde vijfsterren-notering te behalen. Onlangs werd weer een reeks proeven gedaan en kwamen de nieuwste modellen van een aantal fabrikanten weer vroegtijdig aan hun einde. Daaronder stevige middenklassers, een cabrio en een paar kleinere modellen. Opvallend is de verbeterde score voor de meeste Koreaanse wagens die deelnamen. Die komen er nu vele beter uit dan voorheen wel eens het geval was. Zo haalde de fraaie Hyundai I40 met gemak vijf sterren, net als de Koreaanse Chevrolet Aveo. De kleine Kia Picanto kwam net een ster te kort omdat het wagentje geen actieve ESP aan boord heeft. Wat voor de vraagprijs ook niet zo gek is natuurlijk. Goede scores waren er ook voor de VW Golf Cabrio, Audi A6, VW Jetta, Citroen DS5 en BMW X3. Ook de Opel Ampera werd tegen het stoorblok gereden en behaalde keurig de huidige vijf te verdienen sterren. Volgens EuroNCAP wordt volgend jaar een vijfsterrenscore weer een stukje lastiger gemaakt omdat men de eisen verder ophoog schroeft. Modellen die nu redelijk gemakkelijk aan die maximale score komen zouden dat volgend jaar wel eens minder goed kunnen bereiken. Slechts de VW Jetta zou dan mogelijk vijf sterren behalen uit de serie modellen die dit keer aantrad. Hoe dan ook, bij verschillende fabrikanten heerst toch een gevoel van terechte trots dat men anno 2011 tot deze goede scores is gekomen. Chinese wagens, altijd goed voor een heel bijzondere score, werden dit keer niet op het lanceerplatform gezet…..