Het blijft lastig om aan informatie te komen rond het Franse merk Citroen. Het PR-beleid is bij deze importeur zo wonderlijk opgebouwd dat ik mijn nieuwtjes telkens weer uit Duitsland moet halen om over het merk te kunnen berichten. Kennelijk is het moeilijk om een goede perslijst op te stellen. Maar dat neemt niet weg dat ze met de nieuwe DS4 wel een lekker ogende auto op de markt gaan brengen die straks in Parijs zijn publieksdebuut zal maken. Vanaf halverwege 2011 komt die DS4 in de showrooms te staan van de Europese Citroendealers en kunnen we als koperspubliek ook gaan genieten van deze 4.27mtr lange en zeer vlot vormgegeven Franse Golfconcurrent. De eerste versies krijgen o.a. twee schone en zuinige diesels ter beschikking die als HDi110 en 160 op de prijslijst zullen komen te staan. Beide motoren voldoen ruimschoots aan de Euro5 norm en worden geleverd met een standaard roetfilter. Een slim start/stopsysteem en een elektronische terugwinning van bij het remmen opgeslagen energie verlagen het brandstofverbruik nog eens extra. Later komen er ook nog drie benzinemotoren in het programma, die uiterst verrassend, niet uit eigen huis afkomstig zijn, maar in samenwerking met BMW zijn ontwikkeld. Topmodel wordt een DS4 met een 1600cc sterke turbomotor die meer dan 200pk zal leveren. Naar traditie van het Franse merk wordt die DS4 een echte rijdersauto. Hij moet gaan kleven aan de weg, een meer dan geweldige wegligging en veerkarakteristiek bieden en zo ook de meest comfortbeluste automobilist verwennen. De auto krijgt de ‘looks’ van een driedeurs hatchback, maar in werkelijkheid biedt hij straks twee ‘verscholen’ portieren extra. De handgrepen daarvan zijn weggewerkt en niet direct te herkennen. De aloude Alfa 156 komt weer eens voorbij. Als je de eerste foto’s goed bekijkt zie je dat de DS4 een coupeachtige lijn krijgt en dat is een hele stap vooruit t.o.v. zijn huidige voorganger de C4. Ook opmerkelijk is de enorm ver in de daklijn doorgetrokken vooruit. Daardoor moet je straks 45% meer zicht hebben dan in vergelijkbare concurrerende modellen. Of de nieuwe Citroen alles in zich heeft om de Duitse en Japanse concurrentie echt aan te kunnen weet ik niet. Daarvoor spelen nog wat andere zaken mee dan alleen een leuk uiterlijk. Maar, aan de ontwerpers heeft het niet gelegen. Die hebben de auto zodanig ontworpen en gebouwd dat het wat mij betreft zou mogen. Ook al doet de Nederlandse importeur dan nog zo haar best om de promotie voor de nieuweling via het internet te vertragen.
Bij toeval reed ik gisteren langs en door het fraaie plaatsje Muiderberg. Aan het aloude strandje daar was het door de wind druk. Kitesurfers domineerden het water en het strand en ook de relatief bescheiden boulevard van de (bijna)Gooise badplaats stond vol auto’s. Alle merken waren vertegenwoordigd, maar Dacia’s zag ik er niet. Daar wil het Roemeense budgetmerk verandering in brengen. Dacia is namelijk tot en met 2012 hoofdsponsor van het NK Kitesurf. De sport is stoer, robuust en eigenzinnig, de wedstrijden zijn gratis toegankelijk voor het publiek en de deelnemers zijn uitermate benaderbaar. Dat zijn allemaal elementen die volgens de importeur ook goed bij Dacia passen. ‘Het is geweldig – zeker in deze tijd – dat Dacia zich voor meerdere jaren als hoofdsponsor heeft verbonden aan het NK Kitesurf’, meent Alex Schuttert van Exventure Sport & Events. Dat bureau organiseert onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging van Wedstrijdkitesurfers (NVWK) het NK Kitesurf. ‘Dankzij Dacia is het voor ons mogelijk het evenement verder te verbeteren. Daar spint niet alleen de organisatie garen bij, vooral de deelnemers en de sport profiteren daarvan. Bovendien is het NK Kitesurf voor Dacia een geweldig podium om zich te profileren als robuust, betaalbaar, betrouwbaar en stoer merk, aldus reclameman Schuttert. Dit jaar staat het Dacia NK Kitesurf in Scheveningen gepland. Aangezien het evenement afhankelijk is van de weersomstandigheden en daarom ‘op afroep’ plaatsvindt, zijn de weekeinden 25 en 26 september, 2 en 3 oktober, 16 en 17 oktober en 23 en 24 oktober geselecteerd. Het evenement vindt plaats tijdens het eerste weekeinde met een goede windverwachting. Kitesurfen is, ik zag het gisteren met eigen ogen, een spectaculaire sport waarbij deelnemers, voortgetrokken door een bestuurbare vlieger en staand op een surfplank, over het water scheren en fantastische sprongen maken. Meer informatie over het Dacia NK Kitesurf is te vinden op de website www.daciankkitesurf.nl. Wie alles wil weten over wereldkampioen kitesurfen Kevin Langeree kan zijn site www.kevinlangeree.com bezoeken. En als je gewoon op je gemakkie naar die kitesurfers wilt kijken, Muiderberg is een heel rustige plaatsje, Muiden op bijna loopafstand, en de horeca is er geweldig!
Het was natuurlijk toch een beetje een muis die een half dode olifant overnam toen Spyker Saab kocht. Veel insiders en kenners van de automarkt waren verbijsterd, maar de publiciteit rond deze zakelijke transactie was geweldig. Maar nu komen de harde feiten naar buiten. ‘Moeder’ Spyker heeft een enorm verlies geleden van bijna 140 miljoen Euro over de eerste zes maanden van dit jaar. Naar eigen zeggen zou er nog wel voldoende geld in kas zijn om de eigen productie nog even te kunnen voortzetten. Waarbij het volstrekt onduidelijk is hoe groot die productie eigenlijk is geweest. Spyker bouwde nooit veel meer dan enkele tientallen auto’s per jaar, maar over de recente periode zijn geen cijfers bekend. De situatie bij Saab is nog steeds wat zorgelijk. De Zweden hebben de productie weer aan de gang kunnen krijgen, maar met de verkopen zit het bepaald nog niet mee. Dit jaar werden 10.500 auto’s geproduceerd tegenover 24.300 vorig jaar. Spyker wil dat elk jaar die productie omhoog gaat zodat het merk Saab weer een beetje gaat meetellen in autoland. Of er ooit winst gemaakt gaat worden is maar de vraag. En langzamerhand moet je je dit bij Spyker ook afvragen natuu
Mijn ome Karel had er zo een. Een groene, van bouwjaar 1956 en dat was meteen een van de laatste jaren dat deze schone dame geproduceerd werd. Want zij werd toen na vele productiejaren afgelost door al weer zo’n toekomstige klassieker, de DS. Maar de auto waar ik het over wil hebben hier is de Traction Avant van Citroen. Een klassieke auto in vele opzichten, maar wel een die indertijd de wereld toch op zijn kop zette door de innovatieve voorwielaandrijving.
Want dat was, op het moment van uitkomen, een technische noviteit. Voorbehouden aan een enkel automerk, zoals DKW. Maar Citroen perfectioneerde het omdat het een auto bouwde met een laag zwaartepunt, de wielen op de uiterste hoeken en heel veel binnenruimte. Dit Traction’s waren technisch geavanceerde auto’s, die toch ook weer de nodige klassieke elementen liet zien. Niks stroomlijn zoals Chrysler en Tatra nastreefden, maar gewoon klassieke sparschermen, losse koplampen, zijwaarts opklappende motordeksels, bij de goedkopere modellen een kleine bagageruimte en het reservewiel achterop. De schakeling werd gedaan met de van latere modellen ook zo bekende hoekige pook die op een wat andere wijze functioneerde dan bij concurrerende wagens. Maar de Traction was relatief snel populair.
De Fransen zelf waren er gek op, al was het maar omdat de wagens snel waren. De eerste modellen uit bouwjaar 1934 nog wat minder dan de latere. Maar dit zat hem ook in de gebruikte motoren. Citroen leverde een heel scala aan motoren voor de Traction, van 1300cc tot bijna twee liter, vermogens varieerden tussen de 36 en 56 pk. Voor hen die het nog een beetje mooier wilden maken was er vanaf 1939 ook een versie met een zespitter van 2.9 liter inhoud die 77pk leverde en de fraaie auto tot 130km/u opstuwde. Na de Duitse bezetting van Frankrijk werden de Traction gewoon doorgebouwd, de Duitsers waren er gek op. In de latere oorlogsjaren de Franse ondergrondse ook. En zo kon het gebeuren dat die Traction in feite 22 jaar onafgebroken in productie bleef en er in totaal enorme aantallen van zijn gebouwd. Na de oorlog, toen Frankrijk zich net als de rest van Europa trachtte te herstellen van de oorlogsellende, werd de Traction ook het toonbeeld van dat herstel. Citroen hing de motor en aandrijvingunit van de Traction ook nog eens in haar nieuwe bestelauto, HY.
En ook die auto werd een enorm succes. In de loop van de jaren vijftig kwamen er nog wat bijzondere versies op de markt. Zoals de 11D Commerciale die als een soort bestelauto moest functioneren en voor dit doel een opklapbare achterklep meekreeg. Uiteraard zaten er dan geen achterstoelen in. Een ‘civiele’ versie was de 11D Normale die in de laatste productiejaren de kar mocht trekken. Opvallend is dat Citroen een beperkte reeks van ruim drie duizend Tractions in het laatste productiejaar uitvoerde met een hydropneumatische vering op de achteras. Duidelijk een voorbeeld van de dingen die komen gingen. Tractions zijn nog steeds zeer gevraagde klassiekers. De wagens waren tot een jaar of twintig geleden nog wel eens op te sporen in Frankrijk en voor een relatief laag bedrag te koop.
Restauratie is intussen wel een stukje lastiger geworden en je ziet ze duidelijk minder dan voorheen het geval was. En dat is jammer, want de kenmerkende motorgeluiden behoren ook voor mij tot een tijdperk dat definitief voorbij lijkt. Het blijft een van mijn meest geliefde klassieke auto’s, ook al heb ik er nooit zelf een bezeten. Maar het doet me denken aan de vele tochtjes uit de jaren vijftig en begin zestig. Met mijn ome Karel. Wat zou er van die groene 56-er zijn terechtgekomen eigenlijk?
De Duitse automarkt is een heel dynamische. Het werkt er toch net even anders als in ons kleine Nederland. Een van de meest kenmerkende verschillen is toch wel dat dealers en fabrikanten daar werken met enorme kortingen op nieuwe auto’s. Het waarom laat zich raden, men koopt er marktaandeel mee. Waar bij ons in Nederland de inruilwaarde van een auto vaak een doorslaggevende factor is bij een koopbeslissing, de Duitse kopers wil ‘Rabatt’, oftewel korting. En dus valt er over die korting met bepaalde merken vaak goed te praten. Het kan soms oplopen tot percentages waar wij slechts van kunnen dromen. Nu steken op dit punt minder coulante merken ver boven de middelmaat uit. Want die halen kopers binnen die achteraf, als ze die kortingsknaller weer kwijt willen, ontdekken dat de restwaarde wel erg laag is. In die zin functioneert die markt technisch iets anders dan de onze. Nederlandse kopers willen het liefst de hoogst mogelijke inruilprijs noemen voor hun oude vervoermiddel, de Duitser wil vooral aan het begin van het traject het gevoel krijgen de beste deal te doen. Overigens is het allemaal optisch bedrog, want in feite gaat het toch om het zelfde.
Zijn er auto’s die hun waarde goed vasthouden? Ja, die zijn er. Duitsers zijn gek op het eigen product en dat vertaalt zich in de restwaardes voor bepaalde modellen. Als we eens kijken naar die verkoopwaarden na drie jaar zien we dat de gemiddelde percentages van de nieuwprijs voor sommige modellen best interessant zijn.
Zo behoudt een auto als een Mini bijna 56% van die waarde, direct gevolgd door de Skoda Fabia met 51%. Bij de middenklassers is het de VW Golf die het goed doet, net als bij ons, de restwaarde daarvan is na 36 maanden gemiddeld 52,5%. Overigens net zo hoog als de Toyota Prius. Kennelijk is die hybride ook tweedehands nog veel geld waard. Flink hoog scoren ook de C-Klasse Mercedessen (53%), Toyota Avensis (53%), Mercedes E-Klasse (53,2%), BMW -5serie (52,3%), Mercedes GLK (54,1%) en Porsche 911 (58%). Merken als Citroen, altijd in de weer om kopers met korting te trekken, doen het qua restwaarde veel minder goed. Daar kom je niet boven de 46% na drie jaar rijden.
Omdat deze restwaardetabellen, gepubliceerd in een van de recente uitgaven van Auto Motor & Sport, ook bij de Duitse leasebedrijven worden gehanteerd ligt er ook hier een grondslag voor hogere maandlasten bij al die kortingknallers. Het kan niet altijd feest zijn natuurlijk. Wat een geluk dat dealers in ons land dan toch net even anders werken….of is uw/jouw ervaring anders?
Afgelopen woensdag werd in Moskou de vernieuwde Ford Mondeo getoond aan de wereld. Die Mondeo was in zijn huidige vorm een krachtige auto en bleef het best nog redelijk doen in leasing en verkoop. Maar kennelijk was het tijd voor een facelift. Ford zet begin oktober de nieuwe Mondeo in de Nederlandse showrooms neer. Maar we besteden hier toch ook even aandacht voor de belangrijkste wijzigingen:
Een vernieuwd kinetic Design met LED achterlichten en LED dagrijverlichting
Een wat verfijnd interieur met een nieuw ontworpen middenconsole, vernieuwde deurpanelen, nieuwe instrumentenclusters en kwalitatief hoogwaardige materialen
Een keur aan nieuwe (veiligheids)technologieën zoals een Lane Departure Warning System, een automatische grootlichtassistent, Driver Alert, BLIS, nieuwe audio- en navigatiesystemen, LED technologie en een achteruitrijcamera
Nieuwe 240 pk sterke EcoBoost benzinemotor en 200 pk sterke TDCi dieselmotor
Nieuwe 1.6 EcoBoost benzinemotoren en 1.6 TDCi dieselmotoren volgen later dit jaar
Nieuwe PowerShift transmissie met dubbele koppeling
Nieuwe en efficiënte technologieën uit het Ford ECOnetic Technologies programma, zoals Smart Regenerative Charging, een actieve grille-afsluiting voor een lagere luchtweerstand en het Ford Eco Mode-informatiesysteem
Alle Ford Mondeo uitvoeringen hebben een groen energielabel
De Nederlandse specificaties en prijzen van de vernieuwde Ford Mondeo worden pas in een later stadium bekend gemaakt. Als ze mij bereiken zal ik er zeker even aandacht aan geven hier.
Het zal in Nederland wel niet veel anders blijken te zijn, maar ik pikte het verhaal op in Duitsland. Daar blijken heel wat ‘winkeldochters’ te staan bij merkdealers. Modellen die allang niet meer in de catalogi voorkomen, maar geen nieuwe baas vonden voor ze uit productie werden genomen en vervangen door een of andere nog vlottere of moderner opvolger. En in een land waar je over alles kunt onderhandelen, waar kortingen worden verstrekt waar je in Nederland slechts van kunt dromen, is een dergelijke auto meestal nog wel voor heel weinig te koop ook. NU is alles relatief maar toch. Dealers worden vaak opgezadeld met een reeks voorraadauto’s die ze dan via hun showrooms of andere wegen maar moeten zien te verkopen. Gegarandeerd dat daar dan net de ‘verkeerde’ kleur of uitvoering tussen zit waar niemand belangstelling voor heeft en de verkoper net te weinig aandacht aan besteedt. Het resultaat is dat bij veel merken dan ‘winkeldochters’ blijven staan die zelfs na een of twee jaar nog niet gesleten zijn, maar domweg als nieuw te koop staan. Een voorbeeld is de Daihatsu Trevis. Maar ook bij de Lada-dealers staan de nodige onverkochte wagens. Dat feit deelt de Russische fabrikant dan wel met aansprekender merken als Bentley en Ferrari.
Ook daar gaan sommige modellen heel moeizaam de deur uit.
Bij de Fiat-dealers zijn nog steeds splinternieuwe, maar allang overjarige Seicento’s te vinden, of Multipla’s, terwijl er Citroendealers zijn die graag afscheid zouden willen nemen van hun laatste C2’s, maar nog niemand hebben gevonden die er eentje wil kopen. Ook de Opel Vectra staat op sommige plaatsen nog steeds in de showroom, terwijl de Insignia toch al een tijdje meeloopt. Bij de meer exclusievere merken zien we ook Dodge Vipers, Morgans Aero 8 of Lotus Europa’s aangemeld staan. Nou ja, als ze niet in eigen land verkocht gaan worden blijven er altijd nog de diverse exportmarkten. Want weg moeten ze, tegen elk aannemelijk bod soms. Dus wie iets bijzonders zoekt kan er een reisje Duitsland van maken en even rondkijken daar. Gegarandeerd dat je dan iets exclusiefs vindt. En de prijs is altijd onderhandelbaar. Alleen inruilen, dat wordt ingewikkelder…..
Nederland blijkt voor autofabrikant Ford één van de grote Ka-landen. In sommige maanden werden er in Nederland zelfs meer Ka’s verkocht dan waar ook in Europa. De Ford Ka heeft in ons land daardoor een grote mijlpaal bereikt. Gisteren werden namelijk de sleutels van de 100.000ste verkochte Ka aan een gelukkige eigenaresse uit Utrecht overhandigd. Speciaal voor deze gelegenheid is deze jubileum-Ka voorzien van een exclusief met leder bekleed interieur, voorzien van Ka 100.000 logo’s. Het behoorlijke succes van de Ka is toe te schrijven aan een paar factoren, zoals de goede prijs/prestatieverhouding en het vanaf het begin onderscheidende ontwerp. De eerste Ka had het toen zeer eigenzinnige New Edge Design. Op basis van deze Ka bracht Ford in 2003 de gespierde Sportka en de fraaie Streetka, een ware roadster, op de markt. Auto’s met een heel eigen(vaak vrouwelijk) koperspubliek…
De huidige Ka die alweer een jaar of twee te koop is, werd voorzien van het energieke kinetic Design, de nieuwe ontwerptaal van Ford die inmiddels is doorgevoerd voor nagenoeg het gehele modellengamma. Deze nieuwe Ka continueert het succes van zijn voorganger. In het afgelopen jaar was de Ka dan ook een aantal maanden zelfs de best verkochte auto van Nederland. In totaal zijn er in Europa tot nu toe meer dan 1,6 miljoen Fords Ka verkocht, waarvan dus 100.000 exemplaren in Nederland. Het succesverhaal van de kleine Ka wordt al sinds de lancering van de auto in 1998 versterkt door de diverse speciale edities uit de ´Kunst met een grote Ka´ collectie. In het kader van die kunstzinnige traditie heeft Ford ieder jaar een unieke, gelimiteerde kunsteditie ontwikkeld. Niet alleen de Ka zelf was zo uniek, ook het kunstwerk dat de kopers overhandigd kregen door de kunstenaar zelf, was speciaal voor hen gemaakt. In 2008 verscheen overigens de laatste Edition uit de ´Kunst met een grote Ka´collectie.
Jaren heeft het geduurd. En nu is eindelijk het eerste deel van al dat geduld vragende werk af. Ik heb het over de snelweg A2 tussen Amsterdam en Utrecht. In de afgelopen jaren verbreed, van een relatief smalle snelweg naar een met Amerikaanse allure. Met tien rijstroken op sommige gedeelten en een laag asfalt die er bij ligt als een gladde dansvloer. Uitnodigend ook, zeker als je een stukje verderop of rond Amsterdam in de vele file hebt gestaan. En dus gaat het gas er op. Hoe hard je precies mag rijden op die schitterende autoweg is niet zo duidelijk. En die onduidelijkheid zorgt voor enorme snelheidsverschillen. De gemiddelde automobilist rijdt er keurig 100km/u (zoals de wegbeheerder het heeft uitgedacht) anderen bewegen zich net even sneller, maar er zijn ook mensen die menen dat breed ook meteen ‘snel’ inhoudt en dat je hier tegen of boven de 200km/u voorbij mag scheuren. Dat had de KLPD dus ook snel in de gaten en die hielden dus meteen een hele reeks snelheidscontroles.
Resultaat; 10.000 bekeuringen, op sommige dagen waren een op de vijf automobilisten de klos. 100 rijbewijzen werden ingevorderd en er zijn mensen bij die moeten vrezen dat ze ook hun voertuig aan Domeinen mogen afleveren. De woordvoerder van de KLPD noemde deze controles ‘nodig’. Immers, ‘we hebben met zijn alle afgesproken dat de maximum snelheid op deze weg 100km/u is en daar moeten we ons dan ook aan houden…’. Nu ben ik zelf nooit betrokken geweest bij die discussies over de maximum snelheden in ons land en wordt dit vooral bepaald door de politieke stroming die in Den Haag op zeker moment dominant is. En als ik dan van diezelfde woordvoerder hoor dat deze snelheden vooral ‘goed zijn voor het milieu’ weet ik wel weer uit welke hoek de wind waait. Ooit werd bedacht dat we overal 120km/u zouden rijden behalve daar waar veel mensen langs een bepaalde route woonden en het milieu gediend werd met 100km/u. Intussen is de wereld omgedraaid en is die 120km/u eerder uitzondering dan regel geworden. En zet men op sommige ringwegen zelfs 80km/u op de matrixborden. En controleert alsof het voortbestaan van de planeet er vanaf hangt.
Mijn laars natuurlijk! Gewoon een kwestie van een inhalige overheid die weet dat mensen bij zoveel asfalt het gaspedaal in zullen trappen. Menselijke reflex. En dus wordt er gecontroleerd….onder het mom van het milieu, maar vooral ten behoeve van de eigen inkomsten. En moet ik niet zeuren als mijn lieve vriendinnetje in haar zak-Japanner met een overschrijding van 18km/u (ze reed 118km/u) op die A2 werd geflitst. Net als zoveel andere automobilisten. De gemene deler, ik weet het. Maar volgens mij heeft het met milieu of verkeersveiligheid allemaal niets van doen. Gewoon inhaligheid…..van een weinig eerlijke overheid.
Het Duitse instituut VCD (vergelijkbaar met de KNAC bij ons, maar dan op milieugebied) publiceerde onlangs een lijst van milieuvriendelijk auto’s. Men onderscheidde daarbij verschillende klassen, waarbij opvalt dat de Japanse merken in al die lijstjes domineren. Kennelijk heet men in Japan op tijd doorgekregen hoe het in deze milieugekke tijden precies werkt. Zo koop je ook marktaandeel natuurlijk! Toyota is daarbij de grote winnaar. Dat merk biedt naast de bekende Prius ook de Auris hybride en de IQ. Nu heeft het VCD-instituut niet gekeken naar praktijkcijfers, maar vooral naar meetwaarden die zijn opgegeven door de fabrikanten zelf. Onlangs werd bekend dat o.a. de Prius nogal wat meer verbruikt dan opgegeven als je er ‘normaal’ mee rijdt. Maar dat geldt uiteraard voor de meeste auto’s. Wat ook opvalt, is het feit dat de Auris Hybride de lijst van VCD aanvoert als meest milieuvriendelijke auto en daarmee de Prius verslaat. Overigens laat VCD ook de productieprocessen bij de verschillende auto’s meewegen voor een goede of slechte beoordeling. In de top tien lijst van meest milieuvriendelijke auto’s staat overigens de VW Golf 1,6 TDI Blue Motion op vier. Maar dat is dan meteen een van de weinige Europese modellen die met de Japanse concurrentie mee kan op dit gebied. In de klasse van handige familieauto’s staat de Prius weer op plek een, maar wordt deze Japanse auto op de hielen getrapt door de Skoda Fabia 1,2 TDI Greenline en de Seat Ibiza Combi. Ook in die klasse staat de VW Golf 1,6 TDI Blue Motion weer op de vierde plaats.
Recente Reacties